Over competitiviteit

In de week voorafgaand aan Almere verandert mijn stemming van extreem nerveus (maandag en dinsdag) naar enthousiast (woensdag en donderdag) naar apathisch en timide (vrijdag en zaterdag). Het is 5:00 uur als de wekker gaat. Na een ontbijtje zit ik in de donkere kamer te wachten op de komst van Stijn. Ik kan, zoals altijd, mij niet voorstellen dat er een einde aan de dag komt, laat staan dat ik finish. Toch is mijn doel duidelijk: zo ver mogelijk onder de 9,5 uur én een podiumplek in mijn agegroup.

Stijn en Marinda zijn er precies om 6:00 uur, uiteraard. We wisselen sporadisch wat woorden, maar over het algemeen is de rit naar Almere stil. Eenmaal aangekomen voel ik mij nog altijd wat timide. Ik zet, leg en hang mijn spullen klaar en trek mijn wetsuit aan. Samen met Willem, Frank, Jeroen en Stijn wachten we op de start.

Zij praten heel wat af, ik ben volgens mij tamelijk stil, naar binnen gekeerd. Het duurt lang voor we het water in mogen. Als het zover is zwem ik samen met Stijn naar een goede plek aan de startlijn. Het water is fris, maar niet koud. Ik vind het wel lekker. Als ik net op een goede plek lig, zie ik de starter het pistool in zijn hand houden. Ik zeg nog net tegen Stijn: “We gaan beginnen” als het startschot klinkt. Weg zijn we. Ik kom meteen in een aardig ritme, maar zwem wel wat aan de buitenkant. Ik zwem iets meer naar het midden van de groep en krijg een slag op mijn kaak. Ik ben op zoek naar goede voeten, maar kan ze nog niet vinden. Toch altijd wat onrustig, zo’n start. Aan het einde van de eerste ronde besluit ik mijn bril even schoon te maken, hij was beslagen door de zon. Direct daarna kan ik de voeten van iemand met een rode strook op zijn wetsuit pakken. De hele tweede ronde blijf ik in zijn voeten. Ik heb het idee dat ik een stuk sneller ga zo. Na 1:05 kom ik uit het water. Das niet zo rap, maar nog wel binnen de marge.

Omkleden en fietsen dan maar. Als ik op mijn fiets ben gestapt zie ik achtereenvolgens Marinda en Marjan. Marjan! Wat superleuk dat ze er nu al is. “YES!!!” roep ik naar haar. Een kort moment van euforie. Dan ga ik aan de slag. Tegen de wind in hard pushen, met de wind mee enigszins ontspannen, is mijn plan de campagne. Tegen de tijd dat ik de Gooimeerdijk bereik is mijn gemiddelde al boven de 36/u. Op de Oostvaardersdijk vlieg ik met gratie en gemak richting Lelystad. Onderweg zie ik Marjan nogmaals, dat is een fijne opsteker.

Ik wissel zo nu en dan van positie om de zinnen te verzetten en om de benen wat te ontlasten. Ik word nauwelijks ingehaald, behalve door een enkele relay-deelnemer en een stuk of drie mannen van de middenafstand. Bij de Knardijk aangekomen is mijn gemiddelde bijna 39. Ik weet dat het zware stuk nu komt. De wind in het gezicht, niemand om mij heen. Ik begin ook wat misselijk te worden, waarschijnlijk omdat ik teveel suikers binnen heb gekregen. Een zwaar uur volgt. In de ochtend had Oscar mij nog geadviseerd om zelfs als het echt niet ging niet op te geven. Het lijkt mij wel wijs om dat op te volgen. Wanneer de weg rond kilometer 70 weer even naar het oosten draait, knap ik op. Sterker nog, nu voel ik de power in de benen. Ik ga het halen, voel ik nu. Ook tegen de wind in blijf ik vrij makkelijk 34/35 trappen. Als ik weer bij de Oostvaardersdijk ben is mijn gemiddelde nog altijd goed. Ik rijd nog altijd alleen, met niemand ver voor dan wel achter mij. Ik weet dat dit het relatief makkelijke stuk is, daarna zullen nog 45 zware kilometers volgen. De wind is iets gedraaid en wat harder gaan waaien, waardoor ik vrij eenvoudig rond de 44/u kan rijden. Helaas is de terugweg aanzienlijk minder aangenaam én veel langzamer. Er zijn stukken dat ik met moeite de 30 haal, terwijl ik mijn gemiddelde langzaam terug zie lopen. Ik had mij vurig voorgenomen om dit keer een fietstijd beginnend met een 4 te rijden, en dat wordt penibel als ik zo doorga. De laatste 15 kilometer probeer ik nog harder dan ik al deed tegen de wind in te stoempen. Helaas net niet hard genoeg. Met 5:00;17 op de teller sluit ik het fietsen af. Ik kan er niet echt om malen, ik heb echt alles gegeven. Als gevolg van het harde fietsen voelen de benen niet meer helemaal fris. Overigens geloof ik niet dat ik ooit met volledig frisse benen van de fiets ben gekomen, maar dat terzijde. Vlak voor ik afstap zie ik Mirjam en Arjen. Wat fijn dat ze er zijn!!

Een snelle wissel verder start ik met lopen. Ik heb mijzelf de opdracht gegeven om niet te hard te beginnen, maar stabiel op 4:25min/km te lopen. Ik zie Iris in het coachvak staan. Ze is onwijs positief, zoals altijd. Ik besluit om niks aan te pakken, maar de eerste ronde zonder flesje in mijn hand te lopen. Dat gaat zeer voorspoedig. Ik kan makkelijk mijn snelheid halen en de benen voelen best goed. Bij het ingaan van de tweede ronde hoor ik Anita roepen: “Het is in elk geval beter dan met mij werken”. Dat valt te bezien, maar ik kan er om lachen. Iris roept dat het podium te halen is als ik zo doorloop. Mirjam is prachtig, bedenk ik mij als ik verder loop. Wat heb ik toch een geluk met haar. Inmiddels beginnen de benen wat strammer te worden. Aan het einde van de tweede ronde zakken mijn tijden ook wat in. Ik vind het, gezien het gevoel in mijn benen, nog wel acceptabel, zelfs als mijn tempo naar de 4:45min/km zakt. Ondanks de aanmoedingen van al die fantastische mensen die er zijn, zoals mijn vader, Johannes, Mirjam, Marjan, Anita, Renato en Iris, heb ik het enorm slecht in rondes drie en vier. Zij zijn de kortstondige lichtpuntjes in een lange lijdensweg. Ik zoek naar manieren om de pijn uit te schakelen, maar slaag er niet in. Ik snap echt niet dat mensen zoiets kunnen.

Pas wanneer ik bij het ingaan van ronde vier hoor van de onvolprezen Iris dat ik slechts 1:17min achter lig op de nummer drie besluit ik dat het genoeg is met mijn zelfmedelijden. We’re not here to take part.Ik neem nog een cafeïne-gel en probeer te versnellen. De jacht is geopend. Langzaam maar zeker kom ik weer in een min of meer positieve flow. Ik bedenk mij dat er weinig mensen zijn die harder lopen dan ik, en de kans dat alle drie de mannen voor mij sneller zijn dan ik is minimaal. Bij iedereen die ik passeer probeer ik te zien of ze tot mijn agegroupbehoren, maar de letters op hun startnummer zijn te klein voor me. Halverwege de vijfde rond denk ik hem te pakken te hebben. Ik herken zijn naam, Joris, als iemand die mij met fietsen heeft ingehaald, toen nog onder luide aanmoedigingen. Ik stier er voorbij met het schuim op de kaken. Hij ziet er niet uit of hij mij ooit nog in ga halen. Achteraf blijkt de beste man helemaal niet in mijn categorie te zitten. Bij het ingaan van ronde vijf hoor ik dat ik derde lig en 2:30min voorsprong heb, maar dat nummer vier op mij inloopt. “Je moet echt nog even versnellen Jeroen”, zegt Iris. Ik had gehoopt hem rustig uit te kunnen lopen, want de pijn in de benen is bijna ondraaglijk. Bijna, want ik kan er zelfs nu nog een versnelling uit persen, onderwijl Iris vervloekend. Tegelijkertijd, het gaat mij toch echt niet gebeuren dat ik hier van mijn derde plaats bestolen word. Kilometer voor kilometer probeer ik de race hard te maken. Als hij mij voorbijkomt dan moet ik maar mee, denk ik dan, hoe hard hij ook loopt. Maar er komt niemand voorbij. Bij kilometer 40 voel ik een blaar op mijn rechter grote teen komen. Het maakt mij niets meer uit. Ik kijk nog eens achterom en ben er niet gerust op. Een laatste versnelling dan. Ik loop nu weer 4:25min/km en kan dat de laatste drie kilometer volhouden. In de laatste kilometer kijk ik nogmaals achterom. Niemand meer achter mij. Ik ga het halen. Langzaam loop ik op de finish af, gebalde vuisten. Het seizoen zit erop. Eindelijk. Nu alleen nog maar slapen. “Jeroen Visser, tweede in zijn leeftijdscategorie!”. Tweede? Alweer? Ik lag toch derde?

Blijkbaar had ik door mijn eindsprint in de laatste ronde ook nog de nummer twee ingehaald, waardoor ik met 30 seconden voorsprong op hem op de tweede plek eindig. Dit is nog beter dan ik al gedacht had. En niet alleen de tweede plek is fijn, ook mijn PR heb ik weer aangescherpt met bijna 18 minuten, tot 9:26 uur. Daarbij heb ik met de marathon van 3:14 de snelste looptijd in mijn agegroup. Dirk zei het jaren terug al: “Op jouw lopen kunnen we bouwen”. Tot overmaat van vreugde scoort ook Stijn een dik PR, net als Willem en Frank, en benadert Jeroen K. zijn PR. Wat een dag. Wat een seizoen. Peace Out.

2 thoughts on “Over competitiviteit

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *