A good day, an easy day

Na Almere was er even een tijdje niks. De Maliebaanloop in Utrecht is behalve een thuiswedstrijd ook een fijne manier om mijn huidige status te bepalen. De voorbereiding is dit keer niet zo optimaal. In de ochtend familieverplichtingen in Driebergen. Daarna snel naar huis, omkleden en collega Marjan zien finishen. In een PR! Ruimschoots zelfs. Vooraf had ze haar zorg uitgesproken over het afzien. Had ze daar wel zin in, voor 30 seconden tijdwinst. Achteraf is het antwoord natuurlijk ja!

 

Door de wat rommelige voorbereiding heb ik weinig tijd om over negatieve scenario’s na te denken. Sowieso zie ik het wel zitten. Vervelender dan een triatlon kan zo’n 10 kilometer best zijn, het is alleen ontzettend veel korter. Het plan is om de eerste kilometer relatief rustig te starten, rond de 3:45 min / km. Daarna bepaal ik wel wat er nog meer in het vat zit. De laatste weken ben ik weer aan het opbouwen, al merk ik aan alles dat ik nog lang niet op topniveau loop. Vlak voor de start zie ik de meest charmante journalist van Utrecht en omstreken. Hij raadt mij aan om bij de twee snelste lopers in de rug te gaan zitten. Zij verwachten rond de 32 minuten te lopen. Het journaille is nooit te vertrouwen geweest.

Vlak voor de start sta ik naast iemand die 35 minuten verwacht te gaan lopen. Daar moet ik dus achter blijven. Het startschot klinkt en ik blijf netjes achter hem. De meeste lopers sprinten er vandoor. Ik probeer niet te hard te starten, al lukt dit maar deels. De eerste 2 kilometer gaan eigenlijk te hard, maar ik loop en adem soepel en besluit dit tempo ongeveer aan te houden. Even kijk ik nog naar mijn hartslag, om dan te besluiten dat ik hier de rest van de wedstrijd niet meer naar kijk.

 

Ik kan aansluiten bij een groepje van vijf of zes andere lopers, waarvan duidelijk is dat er slechts één man het tempo bepaalt. Hij is niet zo groot, kaal en loopt een uiterst strak tempo. Kilometer na kilometer loopt hij precies 3:39 min / km. Aangemoedigd door de charmantste journalist van Utrecht handhaaf ik mij in de groep. Ik loop afwisselend op de 4e, 5een 6eplek, tot ik zie dat de kale man demarreert naar een kleiner groepje voor ons, bestaande uit drie lopers. Degene achter hem kan niet mee, waarop ik besluit het gat te dichten. Van de lopers achter mij vallen er volgens mij een paar af. Ik kijk niet achterom, ik heb immers, als een ware klepper, de hand aan de ploeg.

 

Het parcours bestaat uit vijf rondes over de Maliebaan. Een prettig gevolg hiervan is dat ik elke keer dat ik over de rotonde ren, keihard aangemoedigd wordt door Mirjam, Oscar en Yaël. Iets daarvoor staan Marjan en Hilde, en ook zij voorzien mij van goede moed, net als de guitige journalist. Met name in de eerste vier à vijf kilometer lukt het mij om er een welgemeende glimlach uit te persen. Vanaf een kilometer of zes wordt dat meer en meer een grimas. Ondertussen kan ik nog goed volgen, al merk ik wel dat het nu zwaarder begint te worden. Ik heb inmiddels besloten, nu ik zo goed als zeker ruim onder de 37 ga lopen, dat ik niet ook van deze man hoef te winnen. Dat gevoel blijft zo wanneer een atleet van Hellas Atletiek naar voren dringt en tijdelijk de kop overneemt. Dat bevalt de kale maar niks, de man is een machine, en niet gediend van dit soort fratsen. Getergd haalt hij de Hellas-man weer in, met mij in zijn kielzog.

 

In het groepje is het nu stil, bijna aangenaam. Er is alleen nog maar wat gebries en gesnuif te horen. Naast mij loopt iemand met een indrukwekkende slijmbaard. Daar kan Stijn nog een puntje aan zuigen. Ik moet wel twee keer kijken om mij ervan te vergewissen dat het slijm is en geen wit haar. Het is echt veel, bedenk ik mij. Ik schiet bijna in de lach.

 

Het is nu nog een kilometer of twee. Demarreren hoeft van mij niet meer, ik heb het al zwaar zat. Ik ben dan ook verrast als ik bij het ingaan van de ronde tóch een versnelling inzet. Neil Young vroeg het zich ook al af. Tell me why.

 

Enfin, weinig kans dat ze meer duurvermogen hebben dan ik, denk ik ook nu weer. Zonder te kijken weet ik dat ik bij het groepje weg loop. Het gebries en gesnuif verstomt. Het is nu nog een kilometer. Ik voel mij misselijk, krijg weinig adem en blijf gewoon doorlopen. Don’t be silly in the first half, don’t be a pussy in the second. Bij de laatste rotonde zie ik dat ik een gat van een meter of 20 heb op het groepje, waar de kale nog altijd aanvoerder is. Met nog 500 meter te gaan bedenk ik mij dat een triatlon zoveel zwaarder is dan dit. Hier is het lijden echt te overzien. De finish is in zicht. Ik zie mijn horloge de 36 minuten bereiken. 36-laag wordt het dus. Mooi. Ik ben tevreden, ook al stelt het in het klassement én in het veld weinig voor. Marjan een PR, Hilde een PR, ik een PR. Een interview in het AD levert het niet op, maar toch. It is a good day, an easy day.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *