What I tell you

Jaren terug, in 2003, was ik in Bosnië. De burgeroorlog was slechts vier jaar daarvoor afgelopen, de schade was nog overal zichtbaar én voelbaar. De taxichauffeur die mij naar de plek bracht waar meer dan 8.000 mensen zijn omgebracht in de val van Srebrenica, zei, met een verdriet in zijn stem dat ik zelden bij een mens heb gehoord: “What I tell you, what I tell you”. Verder bleef hij stil. De pijn van zijn lijden was te groot om er verder geluid aan te geven.

Vandaag, een jaar of 16 later, dacht ik in een heel andere context opnieuw na over lijden, en of je dat beter in stilte kunt doen, of dat het beter is er een geluid aan te geven. De aanleiding daarvoor was dat de hardloper voor mij, ene Cees, er een zeer luidruchtige ademhalingstechiek op nahield. Een ruwe, rokersachtige klank, ongeveer driemaal per twee stappen, bracht hij voort. Nu ben ik over het algemeen een groot voorstander van het principe dat gedeelde smart halve smart is. Echter, na een kilometer of zes te hebben geprobeerd zijn hijgende smartekreten te negeren, besloot mijn lijf ofwel mijn geest dat zijn gedeelde smart niet mijn gedeelde smart hoefde te zijn. In tegenstelling tot wat mijn hoofd wilde, lieten mijn benen het helaas afweten. Langzaam maar zeker schoof de bombarie-troubadour bij me weg.

 

In stilte leed ik verder, op een iets langzamer looptempo dan ik vooraf had ingeschat, met een iets minder resultaat dan ik vooraf had ingeschat. Is er verder veel over de race zelf te vertellen? Ik denk het niet. Hij leverde een PR op, met 35:25. Kon ik meer lijden, kon ik meer afzien? Ik weet het niet, of eigenlijk: “What I tell you”.

 

 

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *