De Feniks

Epiloog

Figurant 1: ‘Een Cannondale, dat is een mountainbike man’

Figurant 2: ‘En ook nog zulke pedalen, dat kan echt niet.’

Figurant 3 (tijdens het inlopen): ‘Dat ziet er niet goed uit, dat wordt niks vandaag.’

 

Figuranten in koor (na afloop): ‘Gefeliciteerd, echt goed gedaan.’

Vandaag staat de Run-Bike-Run in Oldenzaal op het programma. Een team-relay, en ons team bestaat vandaag uit slechts 2 atleten. De immer goedlachse Cornelis zal de misère met mij delen vandaag. Hij start, waarna ik de tweede serie voor mijn rekening neem, hij de derde, waarna ik af zal sluiten. De strategie? ‘We kijken wel even hoe het loopt.’

 

Na de eerste twee kilometer loopt Cornelis comfortabel in een groepje van vijf man, met een koploper op enige afstand. Tijdens het fietsen weet hij zijn groepje op slinkse wijze te motiveren het gat dicht te rijden. Na de kilometer hardlopen die volgt, komt hij als eerste bij de wissel aan. Ik neem de chip van hem over en ren weg. Iets te hard, zo blijkt. Ik loop mijzelf tamelijk kapot, waardoor ik aan het einde van de tweede kilometer word ingehaald.

 

In de wisselzone heb ik een voordeel, omdat ik niet van schoenen ga wisselen. Ik kom vlak achter de nummer één de wisselzone uit, spring op mijn fiets, en sta zo goed als stil. De ketting ligt er half af. Ik probeer met schakelen het probleem te verhelpen, maar dat lukt niet. Ik stop en stap af. De ketting ligt er snel weer op, maar de aansluiting ben ik kwijt. 20 seconden, hoor ik na ronde één. Die achterstand loopt op tot 30 seconden, waarna ik in de laatste ronde niet alleen bijgehaald, maar ook op kinderlijke wijze gelost word. Zelfs met lopen kan ik geen potten meer breken.

 

Cornelis is duidelijk beter in vorm, want hij loopt al in de eerste run het gat dicht. Dankzij opnieuw een leep fietsonderdeel komt hij weer bijna vooraan de tweede run (van zijn tweede serie) in. Ik vervloek hem, want ik ben bang dat ik straks al zijn gewonnen terrein ga verliezen. Gelukkig kom ik Daan en Coen tegen, die mij van goede raad voorzien. Daan: “Je kunt altijd dieper gaat dan je lichaam aangeeft.” Ik moet denken aan een podcast over Julie Moss. Coen: “Je kunt het nu gewoon beter doen dan de eerste keer.” Dat is waar ook, ik heb nog nooit een examen in één keer gehaald.

Cornelis blijft tijdens zijn laatste kilometer zeker 25 seconden voorsprong te hebben gepakt. Daadwerkelijk een fenomenale prestatie. Ik neem de chip van hem over en neem zijn goede raad, “gecontroleerd lopen, hard fietsen”, graag over. Ik zie zelfs dat halverwege de eerste run mijn voorsprong gelijk blijft, terwijl er twee goede (betere) lopers achter mij zitten. Ik spring de fiets op, iets rustiger dan net, en besluit dat het tijd is om nu een keer écht pijn te gaan hebben. Sieg oder Blaulicht. “Tijdrijden”, roept Cornelis nog. Dat motiveert wel. Tijdens elke ronde loopt de voorsprong op, terwijl er een groepje van twee of drie achtervolgers achter mij zit. Ik rond het fietsen af met een ruime minuut voorsprong. Bij de jury is er zelfs even onduidelijkheid of ik wel genoeg rondes heb gereden, omdat ik twee rondes voorsprong had op de laatsten.

 

De voorfietser staat met iemand te praten. Ik zeg: “Ga je mee voor de ereronde?”, en de rest is geschiedenis. Het zonnetje schijnt, de champagne gaat open, op de terugweg zie ik een groepje wisenten over de Veluwe lopen.

 

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *