Een confrontatie met mijn sterfelijkheid?

Sterfelijkheid, menselijkheid, de mensheid; het zijn begrippen waar ik weinig mee heb, en liever niet mee word geassocieerd. Helaas zijn ze de laatste weken meer dan eens op mij van toepassing. Vandaag is mijn eerste wedstrijd sinds de operatie, maar helaas is mijn conditie wel sterk verminderd, maar mijn faalangst niet. Sterker nog, het lijkt meer dan ooit aanwezig. Na een onrustige nacht sta ik op, waarbij ik mij direct afvraag waarom ik eigenlijk wedstrijden doe. Trainen is toch veel leuker? Ik ben ook benieuwd of ik bereid ben om mijzelf opnieuw pijn te doen. De toekomst zal het leren.

In de auto met Arjen en Suus is het gezellig, uiteraard. Toch voel ik op de achtergrond steeds die angst. Ik weet dat het een sterk veld is, met een heel aantal atleten die beter zijn dan ik. Of beter, op zijn minst beter getraind. Ik ben enorm gespannen en doe mijn best om mijzelf te kalmeren. Ondanks alles vind ik dat ik minstens bij de eerste drie moet eindigen, ook al is coach Frank al tevreden met top-10.

Samen met Stijn loop ik in. Als ik mijn wetsuit aantrek kijk ik naar het water. Het waait hard en ‘Het Blauwe Meertje’ ziet er schitterend uit, al golft het wel redelijk wat. Gelukkig is het niet koud, al is het zicht beperkt. Ik ben voornemens Stijn zijn voeten te volgen, als dat lukt, zodat ik optimaal kan profiteren van zijn buitengewone fietsbenen.

 

Tot de eerste boei lukt dat redelijk, al merk ik dat het mij veel energie kost om hem te blijven zoeken. De golfslag helpt daarbij niet mee. Ik besluit mijn eigen tempo te gaan zwemmen. Dat is een prima besluit, en wanneer ik weer vaste grond onder de voeten voel, kijk ik Thomas in de ogen. Dat is mooi! Vrijwel direct daarna hoor ik van Arjen dat Stijn 20 seconden voor ons zit. Ook dat is uitstekend nieuws. Als ik snel wissel zitten we met drie man in een groep. Maar ja, ‘as’ is verbrande turf, want mijn wissel is waardeloos. Ik kloot met mijn helm en verlies een seconde of 10 op Stijn.

 

Het blijken cruciale seconden, want eenmaal op de fiets zie ik dat hij in een grote groep fietst, terwijl ik nog alleen ben. Ik stel aan een bontgekleurde lycra-man voor om samen naar een kleiner groepje voor ons te fietsen. Hij stemt in en ramt ons ernaartoe. Aangekomen in het groepje probeer ik ook hen te motiveren om naar de groep van Stijn toe te fietsen. Ondanks dat het brede stoempers zijn, die zonder meer langzamer lopen dan ik, tonen ze weinig bereidheid. Tegen de wind in gaan we nauwelijks 30. Met Stijn en Thomas in de grote groep, en mijzelf als sterke loper, voel ik weinig noodzaak mee te draaien. Af en toe halen we een afvaller van de groep voor ons in, waaronder helaas ook Thomas. Als er van achter een groepje aansluit met een snelle loper, zoek ik Thomas om te kijken of we samen kunnen wegrijden. Tot mijn grote verbazing zie ik hem niet meer. Ik besluit om in de groep te blijven tot het lopen.

 

De tweede wissel gaat wel snel, en in een oogwenk ben ik aan het lopen. Ik heb een stijve enkel doordat ik mij een paar weken geleden verstapt heb, en kom nog niet meteen in een fijn ritme. Na de eerste twee kilometers lukt dat beter. Ik zie al die tijd Stijn een meter of 80 voor mij lopen. Niet heel ver, maar geen moment heb ik het gevoel dat ik op hem inloop. Als ik vlak voor het ingaan van de tweede ronde hoor dat ik 14e loop, en nog enkele mannen voor mij zie lopen, besluit ik om alles op alles te zetten. Hoewel podium er niet meer inzit, kan ik wellicht nog het verschil maken voor het team. Man na man wordt ingehaald.

 

Op een meter of 400 voor de finish besluit ik dat ik er nog één kan pakken. Ik verwacht dat hij probeert aan te klampen, maar hij drentelt rustig verder. Ik vind het ook genoeg geweest. De volgende man voor mij kom ik niet meer voorbij, zo is het vandaag. Ik ben blij voor Stijn, hij heeft het echt geweldig gedaan, blij ook dat ik over de finish ben. Wel ben ik teleurgesteld over mijn prestatie, ook al hoor ik van allerlei kanten dat ik niet teveel had moeten verwachten. Blijkbaar is de strijd met mijn eigen sterfelijkheid nog niet voorbij.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *