Duo-race/duo-verslag

‘Je bent zo goed als je laatste wedstrijd’, zo zei Jeroen tegen me een paar weken geleden toen ik het felbegeerde podium net niet haalde door 4e te worden bij de triathlon Herkingen. Het mislopen van dat podium stoorde me toen enorm. Gelukkig had ik afgelopen zondag de kans om dat goed te maken. Bij de sprint in Klazienaveen had ik een uitstekende looptijd op de vijf kilometer, waarmee ik van een 6e plek opschoof naar de derde plaats. Afgaande op wat Jeroen zei, ben ik dus podiumwaardig.

De Henschotermeergames zijn vermoedelijk het epitome van een lokale wedstrijd. Rondom een meertje midden in een bos verzamelen zich vaders, moeders en kinderen in het mulle zand, rondom een strandtent-achtig cafétje waar je wordt weggestuurd als je niks van hen consumeert op het terras.

De aanwezigen zijn veelal gehuld in veelkleurig lycra, en zien er over het algemeen pezig, klein en een beetje lullig uit. In het geval van hardlopers is dat meestal een veeg teken; die wat flegmatiek en uitgehongerd ogende middle aged man kan straks maar ineens voorbij komen stuiven met 19km/u.

Toch twijfel ik of het vandaag mogelijk is. De afgelopen vijf weken heb ik namelijk ieder weekend een wedstrijd gehad, of twee. Dat begint zijn tol te eisen. Ik ben wat vermoeid en hees. Tekenen dat mijn lichaam toe is aan rust. Ik merk het ook tijdens de warming up. Zware adem en zware benen. Van de andere kant: dat is altijd zo tijdens een warming-up en heeft vooral te maken met zenuwen.

Hoe klein of groot de wedstrijd ook is, de zenuwen zijn er altijd. Ook vanavond, hier aan het Henschotermeer, verstopt tussen de bossen van Woudenberg. Nagenoeg niemand in de wereld weet van het bestaan van dit meer, deze plek, laat staan van de wedstrijden die zo zullen plaatsvinden. Maar voor mij, Jeroen en alle andere atleten en triatleten uit de omgeving die zich vanavond verzamelen is dit het universum. Daarbuiten draait de wereld door, hier tellen alleen de secondes en minuten van de wedstrijdklok. De een wil weten hoe goed de vorm is, de ander wil niets minder dan winnen. Sommigen wagen zich aan een run-swim-run, anderen alleen aan het lopen. Jeroen en ik kiezen tweemaal voor het laatste.

Stijn en ik lijken er weinig zin in te hebben. We voelen allerlei kleine pijntjes, vermoeidheid en algehele desinteresse in een krachtmeting met al die fanatiekelingen. Persoonlijk ben ik ook nog wat bezorgd dat ik Stijn, die in bloedvorm is, een slechte dag bezorg door een mindere prestatie mijnerzijds. Tot slot heb ik weinig zin in de vorm van afzien die hoort bij 3×2,5 kilometer maximaal gaan.

In plaats van tegen elkaar strijden we sinds lange tijd weer eens met elkaar. En voor het eerst als duo. Om en om lopen we 2,5 kilometer, ieder drie maal. Ik begin, aangezien Jeroen toch echt de betere loper is dan ik. Eventuele achterstand die ik oploop kan hij dan goedmaken. Bovendien, één op één verliest hij nooit. En als hij iemand in zicht heeft, weet ik dat hij alles geeft om het af te maken.

On the bright side: het komt niet zo vaak voor dat ik een team vorm met alleen Stijn, en ik heb goede herinneringen aan mijn vorige estafette, samen met Cornelis. Daarbij vind ik de voorbereiding relaxed, want Stijn heeft, als was hij coachFrank, werkelijk aan alles gedacht, natuurlijk. Er zijn weinig mensen op wie ik meer kan bouwen dan op Stijn, if any.

Tijdens het inlopen ratelt Stijn aan een stuk door, wat meestal wel een goed teken is. “Jij zit bij Loopboost, dus jij zal het wel weten”. Ik kan er wel om lachen.

Ik adviseer Stijn nog om bij de start op het mulle zand niet meteen los te gaan en teveel energie te verspillen. Ik maan hem dan ook tot kalmte als hij na de start briesend en snuivend als een dolle stier door het zand ploegt. Tussen de kinderen, fitmoms en kalende mannen (waaronder ikzelf), lopen wel degelijk een aantal snelle lopers, local heroes inclusief.

Al snel in de eerste ronde wordt duidelijk hoe de verhoudingen liggen. Ik stuif weg over het zand. Verderop staat Jeroen, die me tot kalmte maant. Ik besluit echter voorin te blijven lopen en dit tempo vast te houden, op 17 à 18km/u. Het is hard, maar ik ga af op mijn ademhaling en mijn gevoel. Ik loop op plek 6. De nummer 1 en 2 slaan al snel een gat. Daarachter dus ik met drie anderen, dicht bij elkaar. Dit is vol te houden. Ik verslap niet.

Als vijfde in de race geef ik af aan Jeroen. Hij spurt weg, terwijl ik de tijd neem om op adem te komen en wat te drinken. Veel tijd om te recupereren is er niet, maar het is genoeg om in ieder geval mentaal weer opgeladen te zijn. Wanneer Jeroen het strand op draait zie en hoor ik dat hij tweede ligt. Hij is dus al aardig opgeschoven.

Stijn weet al snel beslag te leggen op de zesde plaats, zo zie ik op afstand, waarbij het gat met de nummer één al snel vrij groot is. Ik heb helemaal geen zin om heel diep te gaan, dus hoopte op ofwel een makkelijke overwinning, ofwel een afgetekende nederlaag. Zo wordt het toch nog een werkdag.

Stijn zet mij als 5e af. Hij heeft er hard voor moeten branden, zo te zien. Als hij brandt, dan brand ik met hem. Al op het zand doe ik precies wat ik Stijn heb afgeraden; wegstieren als een idioot. Ik haal al wel vast de nummers vier en drie in. Nu neem ik nummer twee op de korrel. Al na een meter of 400 ga ik er voorbij en ik voel dat hij aanklampt. Na de eerste kilometer, die ik in 3 minuten en 13 secondes afleg, zit hij er nog aan. Ik baal, nu moet ik nog écht diep gaan, want die eerste kilometer was eigenlijk al achterlijk snel. Gelukkig hoor ik na ongeveer 1,5 kilometer het gestampt en gehijg verstommen. Bij een bochtje zie ik dat ik een gaatje heb geslagen, al vraag ik mij af hoe ik dit tempo in de volgende series ga volhouden. Mogelijk kan Stijn nog wat doen. En zo geschiedde.

Vol goede moed begin ik aan de tweede ronde. Het eerste stukje door het strand voel ik me gelijk helemaal gesloopt. Eenmaal op het pad wordt het beter en kan ik het ritme weer oppakken. Ik twijfelde vooraf of ik dezelfde snelheid zou kunnen aanhouden als de eerste ronde. Dat lukt. Een teken dat ik echt in goede vorm ben. Mijn kilometers schommelen rond de 3:30. Daar moet ik dan wel echt alles voor geven. Vlagen van misselijkheid. Ik zie niemand. Ik kijk voor me, naast me, soms over mijn schouder om te kijken of er iemand aan komt, maar ik registreer niets. Er zijn mensen, bomen, zand, water. Ik neem het niet op. Ik zit in mijn eigen wereld. Ik ren. Dat is alles.

In zijn tweede run bouwt hij gestaag verder aan onze voorsprong op de nummers drie, terwijl het gat met de nummers een alleen maar groter wordt. In mijn tweede onderdeel ben ik bang dat nummer drie weer op mij inloopt, maar dat is in het geheel niet zo. Hoewel het moeilijker te zien wordt wie er derde ligt, is duidelijk dat het gat groot genoeg is.

Het is weer aan Jeroen. Terwijl hij nu weer de longen uit zijn lijf rent doe ik een poging bij te komen. Ik wil neervallen. Met zware benen sjok ik door het zand. Zigzaggend langs lichamen van andere lopers vind ik mijn weg naar de waterpost. Langzaam maar zeker bedaar ik. Ik bekijk het veld en zie dat de koplopers een riante voorsprong hebben. Hun winst is zo goed als zeker. Onze tweede positie is eveneens stevig geconsolideerd. Dat geeft me vertrouwen.

Mijn derde en laatste ronde loop ik nagenoeg even hard als de twee eerdere rondes. Dat stemt me positief. Niet alleen ben ik goed gestart, ook heb ik dus echt snelheid opgebouwd de afgelopen tijd. Het is nu een kwestie van vastbijten in het tempo. Ik kan me niet voorstellen dat er nog iemand overheen komt, net zo min als ik het gat naar de koploper kan dichten. Ontspannen is het niet, maar dat hoeft ook niet.

Vrij comfortabel wil ik ook de derde ronde uitlopen, tot ik op een meter of 400 voor de finish een andere kale man inhaal, die behoorlijk doorloopt. Als ik hem passeer klampt hij aan. Mijn strijdlust gaat met me aan de haal. Ik denk “misschien heb ik ergens iets gemist en loopt hij nu derde, en wil hij een eindsprint inzetten voor de finish”. Ik kan niet meer rationeel denken, ik wil hem eraf lopen. En hard ook. Ik zet nogmaals aan, en op het mulle zand kijk ik nog een keer achterom. Het gat is plotseling enorm, en hij maakt aanstalten om af te slaan naar de volgende ronde. Ik ben echt diep gegaan en wandel de laatste drie meter naar de finish.

Wanneer mijn taak er op zit, kan ik ontspannen de laatste ronde van Jeroen bekijken. Ik zie hem aan de overkant van het meer met lange passen zijn laatste kilometers afleggen. Ik stel me op aan de finishboog, zodat ik zijn finale doorkomst op beeld kan vastleggen. Zijn aankomst is helaas minder glorieus dan ik hoopte, aangezien hij wat verveeld kijkt en al gaat wandelen voordat hij echt over de meet is. De speaker haalt hem desondanks met groot genoegen binnen. Hij geeft ons ook de gelegenheid onze trouwe sponsor Vleck Wijnen Utrecht te promoten door te vragen wat dit is. Die kans laten we niet onbenut.

De blijdschap van de tweede plek komt pas later, als ik met Stijn napraat. Hoewel het gat met de nummers een groot was, hebben we allebei echt een goede race neergezet met opnieuw een podiumplek, onze eerste als Team Vleck. Belangrijk voornemen: vaker samen met Stijn racen.

Het duo Jeroen – Stijn wordt vandaag tweede. #teamVleck heeft zich laten gelden in het universum aan het Henschotermeer. Onze positie als kandidaat voor het podium is wederom bevestigd.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *