Voor hen die vielen. Sta op (maar wandel niet)!

Als een orkaan opsteekt, ga je dan nooit meer naar buiten?

Na niet gestart te zijn in Almere en mijn slechtste 10 kilometer ooit te hebben gelopen, is de motivatie voor sporten ver te zoeken. Ik geloof niet dat ik ooit nog goed kan worden, diepgaan zit er niet meer in, en waarschijnlijk heb ik een of andere terminale ziekte onder de leden. Tot overmaat van ramp sta ik nog ingeschreven voor een 27 kilometer lange trail over de Utrechtse Heuvelrug. In de aanloop naar dit evenement toe besluit ik om haas te zijn voor Stijn, hij kan immers nog groeien in dit leven. Als ik een kilometer of 10 a 15 als haas kan dienen is mijn dag geslaagd. Stijn is immers in topvorm, en heeft zich in de afgelopen weken specifiek voorbereid op het NK ultratrail. Daarbij is de voormalig Marlboro-man een echte natuurliefhebber, die in de bossen van mijn jeugd zal floreren gelijk de reeën die er wonen.

Arjen en Willem zijn ook bij wat niet de officieuze seizoensafsluiting van team Vleck mag heten. Ondanks een hectische ochtend en een dito voorbereiding sta ik met een fris gemoed aan de start. Ik heb wel zin om een stukje te hollen. De zandberg in het Doornse Gat doemt recht voor ons op, en een zachte miezer prikkelt de zinnen. Op een kalm dribbeltje trippel ik naar boven, Stijn in mijn kielzog. Boven aangekomen loopt een kale rauwdouwer voor ons. Stijn verliest een gel, ik wacht op hem en overzie het veld. Het zijn echte trailrunners; over het algemeen wat oudere mannen met ingewikkelde uitrustingen, veel (been)haar, echte bierdrinkers, die het liefst niet bij, maar ín een kampvuur overnachten. Onbreekbaar, maar wel langzaam. Stijn verstoort mijn mijmeringen en gezamenlijk lopen we verder, de rauwdouwer een meter of 30 voor ons. Ik merk Stijn zijn jeugdige ongeduld en maan hem tot kalmte. Ik wil eerst eens zien wat voor een vlees we in de kuip hebben. Na een kilometer of 4 is het gat nog even groot en besluit ik hem langzaam binnen te hengelen. Bij de man aangekomen hang ik in zijn rug, om te kijken of ik hem wat kan opnaaien. Hij geeft geen krimp, en Stijn snelt er langs, om een meter of vijf voor ons te blijven lopen. Ik wacht nog even om te kijken of de kale het gat gaat dichten. Hij loopt echter door zoals Stoica het hem zou bevelen; onverstoord. Ik weet genoeg en passeer hem op weg naar Stijn. Bij de Tombe van Nellesteijn is een pittige klim. Stijn en ik dartelen omhoog, de kale gaat er vandoor om een hotdog te kopen. Althans, hij is weg, en wij vangen slechts heel af en toe nog een glimp op van zijn rode shirt.

Als luie homofielen cruisen we in onze nylon pakjes door het bos, soms zij aan zij, meestal in ganzenpas, met Stijn als generaal achter zijn eenmansleger. We keuvelen wat, vergeten dat het een wedstrijd is, en missen bijna een afslag. Dat is het signaal om ons te concentreren. Ik loop voorop, scan de route, en geef het tempo aan.

Bij kilometer 15 versnelt Stijn. Ik voel aan alles dat de race er hier op zit voor mij. Ik kan het huidige tempo prima aan, maar een versnelling nog ruim 10 kilometer volhouden zit er niet in. Ik ben zo stom om dit tegen Stijn te zeggen, waarop hij mij suggereert om aan te haken. Even laat ik hem gaan, maar dan komt, eindelijk!, mijn strijdlust weer boven. Hello darkness my old friend! Waarom denkt die klootzak van mij te kunnen winnen, zonder slag of stoot? Heb ik hem daarom 15 kilometer lang geholpen? Nu zijn we geen vrienden meer, nu zijn we tegenstanders. Ik baal dat ik mijn zwakte even heb getoond en bijt mij in hem vast. Op een lang stuk mul zand probeert Stijn mij eraf te lopen. Van binnen lach ik; ik ben 10 kilo lichter, zoveel fitter is hij ook weer niet. Nochtans is het dartelen sleuren geworden, de kuiten lopen langzaam vol. Als Dame Carcasse besluit ik mijn laatste varken over de borstwering te gooien; een kleine versnelling volgt als we de heide op gaan. Helaas vergeefs, Stijn volgt mij. Ik besluit te wachten tot de laatste kilometer; ik weet dat mijn topsnelheid hoger ligt.

Bij een klein heuveltje, op kilometer 21, gooien mijn kuiten roet in het eten; complete verzuring. Mijn blik wordt wazig, mijn coördinatie is verstoord. Nadat we door een hekje komen zet Stijn aan, en langzaam verdrink ik in een onaangename mix van zelfmedelijden, lactaat en energietekorten. Stijn is binnen een minuut uit beeld en ik vraag mij af of ik mijn tong moet vasthouden als ik straks flauwval, om te voorkomen dat ik stik. Waar de kilometers eerst voorbijtikten zoals fruitvliegjes zich vermenigvuldigen, zo traag gaan nu de meters voorbij. Bij elke bocht, tak of glooiing sta ik nagenoeg stil. Stap voor stap worstel ik door, ondanks de inzinking gelukkig dat ik eindelijk een grens ben tegengekomen. Na de finish blijkt dat ik 4 minuten heb verloren in de laatste 6 kilometer op Stijn, die gewonnen heeft. De nummer 3 zit weer 4 minuten achter mij. Niet gewonnen, nochtans een van mijn beste wedstrijden dit seizoen. Er is weer hoop.

2 thoughts on “Voor hen die vielen. Sta op (maar wandel niet)!

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *